Voortplanting
 
De vrouwtjes katachtige hebben een maal per jaar een periode dat er gepaard kan worden. Bij tamme katachtige is dit meerdere keren per jaar mogelijk. Deze periode noemen we de oestrus. Tijdens deze periode rijpt een of meer van de eiblaasjes in de eierstok. In deze periode kan het vrouwtje bevruchte worden. Dit wordt op gang gebracht door een kleine klier met inwendige uitscheiding. Deze klier bevindt zich onder aan de hersenen en wordt de hypofyse of hersenaanhangsel genoemd. Deze klier produceert bepaalde hormonen en scheidt deze af in de bloedsomloop. Deze hormonen prikkelen de eierstokken. Bij sommige katten hangt dit proces af van de omgeving, bijvoorbeeld de temperatuur en licht. Bij de meeste soorten katachtige leven de vrouwtjes en de mannetjes gedurende het hele jaar apart. Ze komen bij elkaar in de oestrus tijd. Het mannetje weet wanneer het vrouwtje krols is door middel van de geur van de urine, die wordt afgescheiden door een geur klier bij de anus. Het mannetje laat zelf ook een geur achter. Hierdoor wordt het vrouwtje attent gemaakt op zijn aanwezigheid. Deze geuren werken als een prikkel op het vrouwtje. De geur van het vrouwtje werkt ook als een prikkel op het mannetje. Deze prikkelingen leiden tot het begin van de hofmakerij. Tijdens deze hofmakerij vindt een overvloedige vaginale afscheiding plaats. De hofmakerij kan in tijdsduur verschillen. Vaak zal dit in de ogen van een mens een woest schouwspel lijken. Hierna vindt een kort durende paring plaats die enkele malen herhaald wordt.
 
De Ovulatie, eisprong, volgt na de paring. Dit proces wordt opgang gebracht door de paring. De bevruchte eicellen bewegen zich langzaam in de richting van de baarmoeder, waar ze op de zesde dag aankomen. Tot de dertiende dag blijven ze vrij in de baarmoeder. De inplanting in het slijmvlies van de baarmoeder vindt dertien dagen na de paring plaats. Het verschijnsel van de paring gevolgd door de ovulatie, wordt beschouwd als een zeer belangrijk aanpassingverschijnsel. Dit zorgt ervoor dat de voortplanting zo goed verloopt als mogelijk. Katachtigen zijn niet de enige dieren waar dit verschijnsel zich voordoet. Dit gebeurt ook bij andere zoogdieren, zoals de fret en het konijn.
Het hersenaanhangsel, de hypofyse, zorgt ervoor dat als er een mannetje in de buurt is, het eiblaasje openbarst en het eitje vrijkomt. Als er geen mannetjes in de buurt zijn zal het eiblaasje verschrompelen.
Proeven hebben aangetoond dat wanneer de hypofyse wordt verwijderd, de kat geen ovulatie meer zal krijgen, dus ook niet na het paren.
 
De draagtijd van katten verschilt per soort:
Tussen de 62 en 65 dagen - kleine katten (Felis) (huiskatten)
Drie maanden - poema (Pumaconcolor)
93 - 110 dagen - jaguar (Panthera onca)
105 - 110 dagen - Tijger (Panthera Tigris)
105 - 113 dagen - Leeuw (Panthera leo)
ongeveer 95 dagen - Jachtluipaard (Acinonyx jubatus)
 
De grote van de worp verschilt ook.
De leeuw heeft één tot zes welpen, meestal drie of vier per worp. Dit geldt voor alle Panthera's. De jachtluipaard heeft twee tot vier welpen. De kleine katten en de Felises hebben één tot zes welpen.
De welpen worden bijna altijd blind geboren. Ze kunnen niet direct na de geboorte lopen. Ze zijn behaard. De kleur is nog niet hetzelfde.
In de dierentuin hebben ze geprobeerd soorten te kruisen. Men is er in geslaagd tijgers en leeuwen te kruisen. Deze zijn vruchtbaar en kunnen zich dus ook voortplanten. Wat lichaamsbouw betreft lijken de bastaarden op de vader, wat huid en eventuele aftekeningen betreft, lijken ze op de moeder.
 
De voortplanting van huiskatten
 
Bij katers begint de vruchtbare periode eerder dan bij poezen. Een kater kan al geslachtsrijp zijn wanneer hij vier maanden oud is. Poezen kunnen voor het eerst krols worden wanneer zij tussen de vier en zes maanden oud zijn. Het is echter niet aan te raden om een poes op heel jonge leeftijd te laten dekken. Je herkent de krolsheid door het gedrag van de poes.
Zij zal zich aanhalig gedragen en steeds roepen om aandacht. Sommige poezen roepen luid terwijl andere zich nauwelijks laten horen. Nog een teken van krolsheid is het wrijven tegen objecten en het heen en weer rollen over de grond. Doordat de vulva op zwelt en vochtig wordt zal de poes de afscheiding steeds weer weglikken.
De beste tijd om de poes te dekken is op de 2e of 3e dag van de krolsheid.
De duur van de krolsheid varieert van poes tot poes.
 
De paring
 
De poes laat toe dat de kater haar achterlijf besnuffelt. Waarna zij plat gaat liggen op de grond en haar achterste verheft. Met haar achterpoten begint zij  krachtig te bewegen, dat heet treden, terwijl zij zich aan de kater aanbiedt.
De kater zal de poes dan stevig in haar nekvel grijpen, hierdoor kan hij haar schuin van achteren naderen. De poes zal haar staart opzij houden zodat de kater zijn doel gemakkelijker kan bereiken.
De copulatie duurt maar even, waarna de kater opzij springt, weg van de poes, die onder het slaken van een pijnlijke kreet soms naar hem kan uithalen. Ze zal gedurende enkele minuten heen en weer rollen over de grond en zwiepen met haar staart. De Ovulatie vindt nu plaats. Dit wordt opgang gebracht door de paring.